Patronen combineren in je outfit zonder dat het overkill wordt

Je staat voor de spiegel met een geruit overhemd in je ene hand en een gestreept shirt in de andere. Dan hoor je een stemmetje in je hoofd: 'Dat kan écht niet samen’. Dus pak je weer het effen zwarte shirt met een zwarte broek. Intussen loopt die ene gast op kantoor elke dag met een combinatie waar je stiekem jaloers op bent. Hij heeft geen stylist en geen dikke portemonnee, maar kent gewoon een paar ongeschreven regels over patronen combineren waar jij nog niets vanaf weet. Laten we vooropstellen; ze zijn makkelijker dan je denkt. In dit artikel leggen we je uit wel wél kan en wat je beter niet kunt doen.
Patronen combineren begint met één blikvanger
Patronen combineren werkt als een soort rockband: er steelt er maar één de show. Kies daarom eerst je blikvanger, bijvoorbeeld een overhemd met een stevig ruiten patroon. Alles wat je daarna aantrekt, zet je in de tweede rij. Wil je het simpel houden? Pak dan een gestreepte top met dunne lijnen als basis en leg er een effen overshirt overheen. Zo weet het oog meteen waar het moet kijken. Zonder een blikvanger vechten je prints om de hoofdrol.
Voelt dit nog als een stap te ver? Begin dan met één accessoire. Een das met een fijne ruit, sokken met stippen of een sjaal met paisley; er is genoeg om te oefenen. Draag het bij een effen outfit en je kunt niets fout doen. Bevalt het? Trek dan een overhemd met print aan onder een effen shirt of trui. Geen haast, niemand verwacht dat je morgen met drie prints naar kantoor komt. Je voelt vanzelf wanneer je klaar bent voor meer.
Hoeveel verschillende prints per outfit?
Houd het bij twee prints, drie is echt het maximum. Een derde werkt alleen als hij bijna onzichtbaar is, zoals de structuur van een stof of een klein motief op je sokken. Draag je al twee opvallende stukken? Dan houd je de rest liever subtiel en effen. Je kunt een donkere jeans, simpele riem en witte sneakers combineren met elke outfit. Dat geeft het oog ruimte om uit te rusten. Wordt het toch te druk? Haal dan één stuk weg. Meestal is dat genoeg.

Verhouding tussen grote en kleine patronen
Twee patronen van dezelfde grootte gaan met elkaar de strijd aan, dus combineer groot met klein. Brede strepen met fijne stippen werkt prima, net als een grote ruit op je overshirt met een fijn gestreept shirt eronder. Let ook op afstand. Een klein patroon lijkt van een paar meter bijna effen, terwijl een groot patroon altijd opvalt. Zet je grote print dus op de plek waar je de aandacht wilt, zoals je colbert of overhemd. Bij patronen combineren dien je ook rekening te houden met de kleuren in je prints. Kies twee patronen die minstens één kleur delen, zoals een marineblauw overhemd met witte strepen onder een colbert met een ruit in dezelfde blauwtint.
Je oog pikt die kleur op en ziet er één outfit in. Houd het verder bij tinten die elke man in huis heeft: navy, grijs, olijfgroen en bruin. Hoe feller de kleur, hoe rustiger het patroon. Twijfel je? Pak een neutrale basis als denim, zwart of beige en kijk in de spiegel om zelf te oordelen.
Texturen en stoffen die een patroonmix rustiger maken
Ook de stof bepaalt hoe druk een print eruitziet. Mat katoen, linnen en wol zijn rustiger dan glanzende stoffen. Een grof gebreide trui met ruit voelt zachter dan dezelfde ruit op een glad overhemd. Speel daarom met structuur als je prints mixt. Dat kan bijvoorbeeld met een gebreide trui met patroon onder een jas van tweed of ribfluweel. De texturen vangen het licht anders en geven je look diepte, zonder dat je er nog een print bij hoeft te zetten.

Printcombinaties die bijna altijd werken
Sommige combinaties werken bijna altijd. Strepen en ruiten zijn allebei grafisch en passen daardoor goed bij elkaar. Strepen met stippen is een tweede veilige keuze, omdat de rechte lijnen en de ronde vormen elkaar aanvullen. Een bloemenoverhemd onder een effen of fijn geruit colbert kan ook, zolang de bloemen klein blijven. Dierenprint gebruik je het liefst als accent, bijvoorbeeld op een sjaal of riem. Pak je een van deze combinaties, dan zit je meestal wel goed.
Patronen combineren voor ieder moment
Op kantoor houd je het liever klassiek: een fijn gestreept overhemd onder een effen of subtiel geruit colbert. In het weekend mag het losser, bijvoorbeeld een bretonshirt onder een overshirt met ruit. 's Avonds kies je diepe kleuren en fijne motieven, zoals een donker overhemd met een tonale print onder een effen jasje. Ben je van plan om op stap te gaan, bekijk dan ook onze outfittips voor een avondje uit. Patronen combineren gaat telkens om hetzelfde idee: één blikvanger, een gedeelde kleur en rust in de rest. Alleen de schaal en de kleuren passen zich aan het moment aan. Zolang er een rode draad te zien is in je outfit, zit je goed!







